Dit is het eerste artikel in een driedelige reeks over misschien wel een van de meest felbegeerde wapens in het arsenaal van de vertaler: snelheid. De hele serie is in principe bedoeld voor beginnend vertalers, maar wellicht zit er ook voor de gevestigde vertaler hier en daar een nuttige tip of onverwachte invalshoek in.

Je vraagt je misschien af waarom je je überhaupt om snelheid zou moeten bekommeren. Is het niet de bedoeling dat je als vertaler juist als echte ambachtsman de tijd neemt voor je werk en eindeloos blijft dubben over de vervolmaking van die ene zinsnede? Ik vind van niet. In mijn ogen is een zelfstandig vertaler een ondernemer — en een slimme ondernemer staart zich niet blind op kwaliteit, maar sleutelt juist ook aan andere aspecten van zijn bedrijfsvoering. Daarom wil ik het in dit eerste deel niet hebben over hoe je sneller kunt worden, maar om welke redenen je dat überhaupt zou willen. En ik kan alvast verklappen dat ‘meer poen’ lang niet de enige reden is.

Het imago van snelheid

Even kort door de bocht: als een ander 8 uur over 2000 woorden doet, terwijl ik na 5 uur klaar ben, heb ik meer tijd voor ander werk of hangen in de hangmat. Snelheid loont — en al helemaal voor onze beroepsgroep, omdat we over het algemeen niet per gewerkt uur, maar per vertaald woord factureren.

Toch heeft snelheid in principe een keerzijde. Dat heb ik zelf al meerdere malen aan den lijve mogen ondervinden. Soms, als ik bij vakgenoten laat ontvallen dat ik dag in, dag uit meer dan die onwrikbare 2000 woorden per dag vertaal, krijg ik een maar al te bekende brandende vraag naar mijn hoofd geslingerd: “En hoe zit het dan met de kwaliteit?”. Als je veel vertalers mag geloven, zijn kwaliteit en snelheid gewoon niet met elkaar te rijmen. Je bent goed óf snel, een vakman of een sloddervos.

Plottwist: wat mij betreft sluiten snelheid en kwaliteit elkaar niet uit. Sterker nog, er is een raakvlak van die twee: efficiëntie. Een hogere snelheid vergt absoluut geen concessies aan kwaliteit. Je hoeft in principe alleen maar goed na te denken over hoe je werkt, zodat je daarna het mes kunt zetten in alles wat ook maar een beetje vertraging of tijdverspilling veroorzaakt. Zo wordt snelheid vanzelf een logisch voortvloeisel van je werkwijze.

Snelheid als antistressmiddel

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar juist door efficiënt te werken, kun je jezelf veel stress besparen. Dat merk ik zelf weer iedere week.

Even een korte introductie: ik ben als vertaler gespecialiseerd in marketing en transcreation. Daarnaast werk ik twee dagen in de week als docent Vertalen aan de Vertaalacademie. Buiten de lessen om vertaal ik zo’n 70% van de tijd, terwijl de overige 30% van die uren opgaat aan transcreation. Mijn klanten verwachten dat ik zo’n 2000 woorden per dag aan longcopy op me kan nemen. Wil ik er dan nog transcreation van shortcopy bij doen — en dat wil ik heel graag — dan raak ik met mijn planning in de knoop, want er horen eigenlijk maar 2000 woorden in een werkdag te passen. Wanneer kan ik nog slogans en posters vertalen als ik al van 9 tot 5 in touw ben?

Gelukkig werk ik efficiënt. Die 2000 woorden? Daar heb ik zeker geen 8 uur voor nodig. Eerder 4. Zo houd ik dag in, dag uit uren over die ik kan besteden aan transcreation, acquisitie, revisie, ontspanning, administratie, online profilering, sport en noem het maar op.

Het tegenovergestelde kan ook: als ik op een dag mijn dagquotum al heb gehaald, vertaal ik juist verder, waardoor de dagproductie afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de brontekst op 3000–5000 woorden uitkomt. Stel dat je drie dagen achter elkaar 3000 woorden vertaalt, dan behaal je als het ware een voorsprong op jezelf. Dat geeft rust. Er zijn weken waarin ik complete dagen op de planning vooruitloop en niet hoef te stressen over deadlines.

Snelheid als zekerheid

Snelheid uit zich niet alleen in de vorm van extra rust, maar levert ook een aanzienlijk zakelijk voordeel op – en wederom niet alleen omdat je meer euro’s uit een uur weet te persen.

Lineke en ik kunnen verhoudingsgewijs veel woorden aannemen, waardoor we ook een groot klantenbestand bedienen. Dat is dusdanig omvangrijk dat we al 4 jaar zo goed als altijd werk hebben. Ter contrast: ik ken ook vertalers die 4 vaste en een stuk of 2 slapende klanten hebben. Zodra een van die vaste klanten van het toneel verdwijnt of gewoon een halfjaar niets te vertalen heeft, droogt hun werkstroom op en raken ze in paniek. En wat te denken van de vertaler met één grote klant? “Maar die levert me zo veel werk op dat ik altijd vol zit,” hoor of lees ik dan weleens. De harde werkelijkheid: je speelt met vuur als je jezelf afhankelijk maakt van één klant. Was je sneller geweest, dan had je wellicht tijd gehad om meer klanten te bedienen dan enkel die ene.

Wij hebben als tweemansbedrijf zo’n 15 regelmatige klanten (waarvan een handjevol vertaalbureaus) en een stuk of 30 klanten die incidenteel werk voor ons hebben. Die samenstelling levert veel continuïteit op. Als vaste klant 1 namelijk eens een maand niets te doen heeft, komt vaste klant 2. We verkopen bijna iedere klant weleens nee, maar kennelijk doen we dat niet zo vaak dat ze onze samenwerking willen stopzetten. Onze snelheid vormt een nuttig middel om meer klanten tegelijkertijd tevreden te houden.

Ook niet verkeerd: met snelheid houd je ruimte over om je een nieuwe specialisatie aan te meten. Misschien wil je je wel in de ondertitelbranche gaan begeven of een compleet nieuwe taal leren. Dan is het des te fijner als je iedere werkdag een uurtje voor dat soort dingen overhoudt. En als je dan over een tijd het punt hebt bereikt waarop je je nieuwe dienst kunt gaan aanbieden, sta je steviger in je schoenen, mochten er ooit barre tijden aanbreken.

Nuttige wapens

Met voordelen als een breder klantenbestand, minder stress, meer ruimte voor zelfontplooiing en meer werk vormen snelheid en efficiëntie nuttige wapens in het arsenaal van de vertaler. In het volgende deel wil ik dieper ingaan op de verschillende manieren waarop je meer snelheid kunt boeken.

Je kunt in de tussentijd zelf alvast nadenken over de volgende vragen. Stel dat je sneller zou werken, waar zou je al die extra tijd dan in investeren? Met andere woorden: wat krijg je door inefficiëntie nu niet voor elkaar, terwijl je dat wel zou willen?